| Alternatieve naam | |
|---|---|
| Type | Plaats |
| Locatie | Oostende (West-Vlaanderen) |
| Beschermingen | |
| Gebeurtenissen |
|
| Links |
| Datering: | |
|---|---|
| Type: | |
| Stijl: | |
| Trefwoorden: |
Grote badplaats van 31.389 inwoners (2000) en 1.248 ha. Gelegen aan de Middenkust in zand- (duinen) en kleigronden (polders). Ten noorden grotendeels genivelleerde en overbouwde duinengordel; resterende zeeduinen aan oostzijde van de havengeul en in de grensstreek met Bredene.
Belangrijk verkeerskruispunt gelegen aan de Noordzee, met grote verkeersaders kanaal Oostende-Brugge-Gent met het *sluizencomplex van Plassendale en de zeevaartlijn Oostende-Ramsgate; aan de spoorlijn Oostende-Brussel-Luik en de autoweg A 10 Brussel-Oostende; te Raversijde z.g. "Internationale luchthaven van Oostende".
Hoofdplaats van het gelijknamige administratief arrondissement en gerechtelijk kanton. Kuststad met internationaal karakter. Stedelijk administratief en verzorgend centrum voor omliggende gemeenten: winkelcentra, inkoopstad, gerechtsgebouw, onderwijs, gezondheidszorg, musea en ontspanning. Accent op de uitbouw van de toeristische sector, vnl. horeca. Nijverheidscentrum: vnl. havengebonden industrie, o.m. transportbedrijven, scheikundige nijverheid, visserijgebonden bedrijfjes; tevens basis van de zeemacht. Nabijgelegen industriecentra van Stene en Zandvoorde.
Het ontstaan van de kustvlakte en de Noordzeepolders is het resultaat van een continue opvulling gedirigeerd door periodieke stijgingen van het zeeniveau. De oorzaak hiervan is een algemene opwarming van het klimaat na de ijstijden die het afsmelten van de poolkap en het gletsjerijs tot gevolg heeft. Gedurende de overstromingsfasen wordt het ganse kustgebied met een vruchtbare laag zeealluvium (vnl. slib, klei en veenlagen) bedekt. Nagenoeg de hele kustvlakte wordt omgevormd tot kustveenmoeras en strekt zich verder zeewaarts uit dan nu. Standwal en duinen worden gevormd en op enkele plaatsen zijn geulen waardoor rivieren naar zee stromen.
Omstreeks de 1ste tot de 3de eeuw is de kuststreek, gelegen tussen een ouden duinengordel en de zandstreek, een vertakt waddengebied. Enkele vroege vissersnederzettingen aan de kust. Eerste bewoningssporen uit ca. 4de eeuw (begraafplaatsen).
Tussen ca. 4de en 7de/8ste eeuw vinden de belangrijkste overstromingen plaats tot aan de grens met de zandstreek; de oude duinengordel wordt doorbroken en in de hele kustvlakte worden brede kreken uitgeschuurd. Opslibbing van de strandvlakte en ontstaan van kenmerkend slikken- en schorrenlandschap. De afzetting van kleilagen op een kuststrook van 12 à 14 km hebben de huidige vruchtbaarheid van de polders tot gevolg. De kuststreek is nagenoeg onbewoonbaar omwille van verzilting en constante dreiging van overstromingen.
Vanaf de 8ste eeuw trekt de zee zich geleidelijk terug. Dit zorgt ervoor dat kreken verlanden, dat een nieuwe duinengordel het kustland afsluit van de zee en een uitgestrekte schorrenvlakte droog komt te liggen waarin bewoning opnieuw mogelijk is.
Ca. 1000-1040 vorming van een tweede (jongere) uitgestrekte duinengordel, z.g. kusteiland "
1072: stichtingsakte van de eerste kerk, de Sint-Pieterskerk, door Robrecht de Fries, graaf van Vlaanderen. 1115: eerste vermelding van de parochie Onze-Lieve-Vrouw-ter Streep "
Tussen 1125-1150: definitieve inpoldering en ontginning van de kustvlakte onder impuls van de abdijen, met name Sint-Pietersabdij van resp. Gent en Oudenburg, Sint-Baafsabdij en het Sint-Donaaskapittel van Brugge. In de loop van de 12de en de 13de eeuw geleidelijke ontwikkeling van visvangst en -verwerking.
1267-1270: Oostende krijgt stadsrechten van Margaretha van Constantinopel, gravin van Vlaanderen; het gebied wordt ontheven van de directe afhankelijkheid van het Brugse Vrije. Bij akte afbakening van stadsgebied en vastlegging van juridisch statuut, met name eigen juridische bevoegdheid o.m. schepenbank. Toestemming voor bouwen van vishal en houden van een vrije markt.
1284-1285: verdiepen en bevaarbaar maken van de waterloop "
1303: eerste vermelding van stadswapen en vervaardiging van nieuw schepenzegel voor Oostende. Sinds 1330 ressorteert de stad administratief onder het Brugse Vrije. Kerkelijk behorend tot de parochie Onze-Lieve-Vrouw-ter Streep en tot het bisdom Doornik; het patronaatschap van alle kerken op Testerep behoort toe aan de hertog van Cleven, heer van Wijnendael. De wateringen vallen onder 's Heer Woutermansambacht.
1334: na zware stormen wordt Testerep voor een groot deel overspoeld; landtong zodanig aangetast dat de middeleeuwse stad nagenoeg volledig wordt overstroomd, met name o.m. gronden rond de Sint-Pieterskerk. 1335: verzoek en toelating tot bouwen van nieuwe kerk iets meer zuidwaarts, leesbaar op stadsplattegrond van J. van Deventer (ca. 1560).
In de tweede helft van de 14de eeuw wordt de Vlaamse kustlijn bij herhaling zwaar door stormvloeden gehavend (o.m. in 1356, 1357, 1362, 1367, 1370). Doorbreking van de dijken op verscheidene plaatsen waardoor de met moeite ontgonnen weide- en landbouwgronden van het hinterland onder water lopen. 1393: opnieuw zware overstroming in z.g. "
1395: toestemming voor uitbreiding van het grondgebied voor de heropbouw. Oostende verwerft nieuwe gronden ten zuiden van de oude stad door overdracht van het Brugse Vrije en het Sint-Donaaskapittel. Het gebied wordt in 1397 ompaald en begrensd door de oude stad (noord), de Zuiddijk (zuid), en (oost en west) de Keignaertsweg. Oostende bestaat vanaf dan uit de 'oude' en de 'nieuwe' stad, gescheiden door twee dijken waartussen de "Leed" vloeit, een restant van de oude kreek tussen Testerep en het vasteland.
De vissershaven Oostende ontwikkelt zich verder door o.m. het "haringkaken" (innoverende bewaartechniek voor vis) waardoor uitbreiding van de vissersvloot. Cf. akte van 1401: begrenzing van nieuwe markt, z.g. "
1445-1446: Filips de Goede vergunt de aanleg van de eerste Oostendse haven in het westelijk deel van de stad; de havengeul scheidt de oude en nieuwe stad, verbonden door een brug; aanleg van een vissersdok. Na opeenvolgende overstromingen van de oude stad wordt in 1477 deze kern definitief verlaten.
1489: verwoesting van de (nieuwe) stad door Engelsen in de oorlog tussen Frankrijk en Maximiliaan van Oostenrijk; o.m. beschadiging van het stadhuis en van de kerk. In 1490 wordt de stad voor de eerste maal versterkt door middel van een palissade. Heroprichten van het stadhuis (1496) en van de kerk (1498); herstellingswerken aan de haven en dijken.
In loop van de 15de eeuw reeds vestiging van een kloostergemeenschap in de stad, met name de Grauwzusters (later Zwartzusters) met gasthuis in de Kerkstraat. Zij staan in voor zieken- en armenzorg en hebben rechten op de stadswaag.
Ondanks woelige tijden neemt de rijkdom en het belang van de stad toe. Oostende groeit uit tot één van de voornaamste havens van Vlaanderen. De parochie behoort op dat moment tot de dekenij Oudenburg.
1530-1560: herhaaldelijke stormvloeden vernielen o.m. dijken en haveninstallaties.
De Beeldenstorm (1566) gaat aan de stad voorbij. Na het uitbreken van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) wordt Oostende een belangrijk toevluchtsoord van de Geuzen, die in 1572-1573 de stad bezetten. Omvorming van Oostende tot vestingstad: constructie van gebastioneerde ringmuur met poorten, met name Oost- en Westpoort (1573) en Zuidpoort (1576).
Terwijl de rest van de Zuidelijke Nederlanden heroverd wordt door Farnese (val van Antwerpen, 1585), blijft Oostende, samen met Sluis, een bolwerk van de Verenigde Provincies. Bloeiende handel met Zeeland en Holland. 1584: de Geuzen slechten een strook duinen ten oosten van Oostende om kunstmatige inundatie mogelijk te maken en de toegankelijkheid van de stad te bemoeilijken. Door getijwerking vorming van kenmerkend krekengebied en oostelijke havengeul waarbij de Oostendse Watergang ten zuiden van de stad aansluit; l.g. vanaf dan z.g. "
Tijdens het Beleg van Oostende in 1601-1604 wordt de historische stadskern volledig verwoest. Na de val van de stad in 1604 periode van economische heropbloei onder de aartshertogen Albrecht en Isabella, ondanks blijvende onrust tot 1713. Vanaf 1606 stilaan wederopbouw van de stad. Heraanleg van het stratenplan naar schaakbordschema, m.m.v. van W. Cobergher. Noordwaartse verschuiving van het marktplein (huidige Wapenplein) en bouw van een nieuw stadhuis (1616-1629) aan de zuidkant ervan.
In het eerste kwart van de 17de eeuw uitbouw van de haven aan de nieuwe oostgeul, op westelijk en zuidelijk grondgebied van Bredene, telkens geannexeerd bij Oostende cf. opeenvolgende uitbreidingen. De geleidelijke inpoldering van het overstromingsgebied leidt tot ontstaan van de z.g. "
Opnieuw aanwezigheid van kloostergemeenschappen in de stad. In 1609 terugkeer van de Zwartzusters (gevlucht in 1576); nieuw klooster in het bouwblok tussen Kapelle-, Oost- en Kerkstraat. 1615-1618: vestiging van de Kapucijnen; bouw van *kerk (1620) en klooster (1621) in laatgotische stijl.
1628-1632: ontmanteling van het zuidelijk Citadelbastion; inrichten van oud oefenterrein als z.g. "
In het tweede kwart van de 17de eeuw uitbouw van nieuw vestingpatroon met elf bastions; de citadel in zuidwesthoek van de stad verdwijnt. Door sluiting van de Schelde (1662) en het overgaan van Duinkerke in Franse handen wordt Oostende de enige belangrijke haven van de Zuidelijke Nederlanden. 1664-1666: uitdiepen en verbreden van kanaal Plassendale-Oostende. Bouw van Kaaipoort aan zuidelijk uiteinde van de huidige Kaaistraat en de Kleine Kaaistraat.
1676: vestiging van de Witte Nonnen of Religieuze Conceptionisten te Oostende; optrekken van klooster met kapel op de noordoostelijke hoek van de huidige Witte Nonnenstraat en Aartshertoginnestraat (1679-1681), op plaats van het huidige postgebouw.
Tijdens de Spaanse Successieoorlog (1702-1713) is Oostende als doorvoerhaven van bijzonder strategisch belang. In 1706 getroffen door Engels bombardement tijdens tweede Beleg van Oostende (1701-1706); beschadiging van o.m. stadhuis, Sint-Pieterskerk, Kapucijnenkerk, klooster van de Witte Nonnen en van de Zwarte Zusters.
1708: bouw van eerste vismijn op voormalige Kadzandpolder. 1710-1711: optrekken van het nieuwe stadhuis aan het Wapenplein. 1712: uitbranden van Sint-Pieterskerk waardoor alleen vier muren en onderbouw (15de eeuw) van de toren overblijven; hersteld in 1717 (schip); in 1729 optrekken van de nog bestaande achthoekige bovenbouw van de *toren (cf. Sint-Petrus- en -Paulusplein).
Na de Vrede van Utrecht (1713) vernieuwd elan onder Oostenrijks bewind. Oostende ontsnapt aan Barrière-traktaat (1715) en blijft de enige vrije Noordzeehaven van de Zuidelijke Nederlanden.
In het tweede kwart van de 18de eeuw uitbouw tot handelshaven ten zuiden van de binnenstad, o.m. na oprichten van de z.g. "
1741-1745: belegering van Oostende tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog, cf. enige toegangspoort van het Oostenrijks-Hongaars imperium te bereiken van op zee. 1744-1745: indijken van Sint-Catharinapolder ten zuidwesten van de stad: aanleg van nieuwe polderwegen o.m. Leffinge- en Stuiverstraat.
Na Vrede van Aken (1748) grote welvaartsperiode cf. handelspolitiek van Maria-Theresia en Jozef II. Aanleg van invalswegen o.m. Torhoutsesteenweg (1751, 1765) en van nieuw sluizencomplex te Slijkens (1754-1758). Oprichting van hospitaal aan de Westraat, huidige Adolf Buylstraat.
In het laatste kwart van de 18de eeuw ontluikend toerisme en verdere uitbouw tot kosmopolitische haven. Aanleg van drie handelsdokken ten zuiden van de binnenstad in periode 1774-1783. In 1781 roept keizer Jozef II Oostende uit tot vrijhaven waarna modernisering van de haveninfrastructuur, opbloei van de visserij en ontwikkeling van een nieuwe nijverheid, met name oesterkweek. Bloei van socio-economisch leven en bevolkingsaangroei door o.m. vestiging van kooplieden in de stad. Oprichten van handelsbeurs verhoogt eveneens de handelsactiviteit. In dit kader tevens aanleg van de Torhoutsesteenweg.
1781-1782: slechten van de zuidelijke stadswallen en afbraak van Kaaipoort voor zuidelijke stadsuitbreiding naar plannen van T. De Grysperre en luitenant-kolonel De Brou. Ten noorden van de handelsdokken ontstaat een nieuwe residentiewijk; doortrekken van straten vanaf Jozef II-straat (voorheen zuidrand van de versterkte stad) tot Keizerskaai, thans Vindictivelaan. Ten zuiden ontwikkeling van woonwijk omringd door industrieën, het latere z.g. "
Eind 18de eeuw: voorlopig einde van de bloei van Oostende waardoor vele inwijkelingen wegtrekken weg uit de stad. 1794: nieuwe begraafplaats buiten de stad, op plaats van huidige Prinses Stefanie- en Prinses Clementinaplein. In 1795 afschaffing van vrijhavenstatuut. Tijdens de Franse bezetting opheffing van kloosters, verval van handelsactiviteiten en visserij en einde aan het prille toerisme.
Eerste helft van de 19de eeuw: Oostende is nog steeds een vestingstad; de haven blijft gesloten voor handel o.v. z.g. Continentale Blokkade. Ca. 1804: verdere stadsuitbreiding in zuidelijke richting, waarrond omwalling met vier bastions en een ravelijn. Nieuwe haveninfrastructuur (Franse sluis en spuikom). In opdracht van Napoleon bouw van z.g. "
Tijdens Hollands bewind o.m. bouw van eerste schouwburg (1816) aan het Komedieplein, thans Marie-Joséplein. 1817-1820: bouw van meer zuidwaartse vestinggordel; verplaatsing en heroprichten van Westpoort in het verlengde van de Witte Nonnenstraat. Nieuwe haveninfrastructuurwerken (o.m. Militaire sluis, spuikom, verbindingskanaal aan de dokken). 1823: aanleg van Nieuwpoortsesteenweg als nieuwe westelijke invalsweg doorheen grondgebied van Mariakerke, naar het kruispunt met de Torhoutsesteenweg, de andere westelijke invalsweg uit de Oostenrijkse periode.
Vanaf tweede kwart van de 19de eeuw groeit Oostende uit tot koninklijke residentie en mondaine badplaats, o.m. door jaarlijks langdurig verblijf van koning Leopold I en zijn familie in de Langestraat, thans z.g. *"
1835: verplaatsing van de vismijn naar het Mijnplein. 1840-1844: bouw van eerste station intra muros naar ontwerp van architect A. Payen (Brussel) bevordert de uitbouw van de wijk Hazegras.
Tweede helft 19de eeuw: consolidatieperiode waarin Oostende grote faam verwerft als kosmopolitische badplaats. Vestiging van verschillende hotels aan o.m. Lange- en Kaaistraat en langs de toenmalige Keizerskaai. 1851: bouw van eerste "
De kerkelijke organisatie volgt de groei van de stad. 1852: nieuwe stedelijke begraafplaats aan de Nieuwpoortsesteenweg, z.g. "
1865: In het kader van een herschikking van het landverdedigingssysteem wordt Antwerpen uitgekozen tot nationaal reduit; Oostende verliest zijn vestingfunctie. Tussen 1865-1875 slopen van de vestingen en start van de architecturale en stedenbouwkundige ontwikkeling van Oostende onder impuls van koning Leopold II. De uitbouw van Oostende als toerisme-, handels- en industriestad zal het uitzicht van de stad diepgaand veranderen.
Vanaf 1867 eerste
Om zicht te hebben op het meer westwaarts geplande Kursaal, nieuwe locatie van de
1873: vestiging van de Dominicanen of Predikheren te Oostende; in 1882 eerste steenlegging van neogotische kerk en klooster in de Christinastraat naar ontwerp van architect A. Van Assche (Gent). 1882: vestiging van het Koninklijk Atheneum in het voormalige klooster van de Zwarte Zusters aan de Ooststraat.
Vanaf het laatste kwart van de 19de eeuw inzet van de z.g. "
Tevens uitbouw van de haven ten oosten van de binnenstad, waarvoor vanaf 1877 telkens Bredens grondgebied bij Oostende wordt geannexeerd. O.m. bouw van nieuwe kaai met zeestation (1870-1871), vanaf 1883 aangesloten op de "
1880-1882: nieuw stadsstation naar ontwerp van F. Laureys (Oostende) op het Hazegras. 1883: aanleg van de Gistelsesteenweg. 1886: inhuldiging van de stoomtramlijn Oostende-Blankenberge.
In 1889-1893
Ten gevolge van de uitbreiding van de stad en de toenemende bevolking oprichten van Sint-Jozefsparochie met bouw van de voorlopige Sint-Jozefskerk in 1889, gesloopt voor het *
1890: realisatie van nieuwe wijk Conterdam ten zuiden van het Maria Hendrikapark (cf. Stene).
1893: stichting van de "
1894-1896: start van de elitaire kustontwikkeling z.g. "
Het project voorziet ook de aanleg van een eerste velodroom achter de renbaan (1895), bouw van een zeedijk op de genivelleerde duinen tot aan de Albertuswijk (Mariakerke) (1896) en optrekken van het "
Vanaf 1899
Eerste kwart van de 20ste eeuw: de Oostendse haven ondergaat een ware metamorfose. Tussen 1898-1914 ingrijpende herinrichtings- en uitbreidingswerken van de haven in opdracht van koning Leopold II onder leiding van hoofdingenieur P. De Mey na overeenkomst tussen de Belgische Staat en de stad Oostende (1894). Dit heeft grote invloed op de urbanisatie rond de havengeul en de achterhaven: aanleg van nieuwe handelsdokken met name Vlot-, Hout- en Zwaaidok; bouw van zeesluis Demey. Tevens aanleg van een rechtstreeks spoor naar zeestation, met voorlopig houten stationsgebouw; aanleg van o.m. de Graaf de Smet de Naeyerlaan (1900) en -*bruggen (1904-1905) als uitvalswegen naar Brugge en de Oostkust.
Na het afbranden van de oude Sint-Pieterskerk in 1896 wordt in 1899 het Sint-Petrus- en -Paulusplein aangelegd met herinrichting van de omliggende straten. In 1901-1905 bouw van de prestigieuze neogotische *
In 1900-1909 aanleg van de z.g. "
Aansluitend bij de derde fase van de westelijke stadsuitleg: aanleg van klein arbeiderswijkje in dambordpatroon in 1901-1904, met name de "Hoge Barriere" aan de Torhoutsesteenweg. In 1908 oprichting van de H. Hartparochie; pas in 1914-1922 bouw van neoromaans-byzantijnse H. Hartkerk naar ontwerp van de Oostendse architecten A. Verraert en G. Vandamme. Dit leidt tot de heraanleg en sanering van de toen verpauperde buurt met o.m. beluiken. Nieuw stratenpatroon met Heilig-Hartlaan, -plein, Bouwmeesters-, Beeldhouwers- en Schildersstraat aansluitend bij westelijke stadsuitleg naar plan van V. Besme (1899). In 1912 ontstaan van nieuwe parochie Conterdam-Meiboom.
1902-1903: bouw van de overdekte Vleesmarkt op het Mijnplein naar ontwerp van architect G. Vandamme (Oostende), vernield in de Tweede Wereldoorlog. 1902-1906: optrekken van hoofdpostgebouw in de H. Serruyslaan naar ontwerp van architect C. de Wulf (Brugge). 1903: bouw van
In deze periode krijgt Oostende een regionaal-verzorgende functie. Opmerkelijke opgang van scholenbouw: o.m. de stedelijke *
Eerste Wereldoorlog: Door de Duitse bezetting onderbreken van de verdere uitbouw van de bad- en havenstad. Belgische kust opgenomen in de z.g. "
Interbellum: Kort na de Eerste Wereldoorlog komt de democratisering van het toerisme op gang. In deze periode wordt Oostende tevens uitgebouwd als kuuroord.
In de jaren 1920 kent de stad enkele herkenbare sociale zones, o.m. het Westerkwartier als typische volksrijke arbeiderswijk en het Oosterkwartier (Opex) met meer heterogeen karakter. Het Hazegras als enige verbindingsweg tussen voor- en achterhaven, evolueert in het interbellum tot beruchte nachtelijke uitgaansbuurt, o.m. door aanwezigheid van haven, station en kazerne.
1920: oprichting van de bouwmaatschappij "
jaren 1970. Morfologisch aansluitend bij het plan van V. Besme (1899), cf. stratenpatroon in dambordschema, vaak evenwijdig met de Torhoutsesteenweg, met kenmerkende uniformiserende huizenblokken. Rechtstreekse aansluiting bij de Elisabethlaan (ringweg) ontbreekt.
1922-1934: ontwikkeling en bouw van de nieuwe vissershaven op de oostoever met o.m. visserijdok, slipways, tijdok en nieuwe Vismijn (1932); tevens aanleg van een industrieterrein; een geplande nieuwe visserswoonwijk wordt niet uitgevoerd. Hiervoor wordt de Leopoldspuikom gedempt en wordt de oude "
1924: project "
Ter verfraaiing van de binnenstad en tegemoetkomend aan de noden van de toeristen, inplanting van de z.g. *"
Vanaf de late jaren 1920 opkomende collectieve behuizing o.m. gestimuleerd door de wet op mede-eigenaarschap (1924). Tevens in het kader van het dagtoerisme dat opnieuw wordt omgebogen tot -evenwel minder elitair- verblijfstoerisme, vooral na invoering van het verplicht 'betaald verlof' (1936). Eerste hoogbouw met appartementen (o.m. Kapellestraat en Rogierlaan) meestal van het type 'residentie', met nog aandacht voor bouwconcept en vormelijke uitwerking. 1932-1936: centralisatie van het treinverkeer en de spoordiensten in één station, met name "
In aansluiting bij de westelijke stadsuitbreiding tijdens het interbellum stichting van enkele parochies omwille van bevolkingsaangroei. Ten zuiden van de Elisabethlaan parochie Sint-Jan Baptist (1924) met neo-romaans getinte parochiekerk naar ontwerp van de Oostendse architecten F. Van Welden en I. Hintjens (1931-1933). In 1936 oprichting van de kapelanij Sint-Godelieve ten zuiden van de Nieuwpoortsesteenweg, pas onafhankelijke parochie in 1959 na wijziging van de oude parochiegrenzen; Sint-Godelievekerk gebouwd in 1939-1940 naar ontwerp van S. R. Smis (Oostende). 1937: aanleg van het Professor Mac Leodplein ten westen van de Torhoutsesteenweg in kader van de sanering na de sloop van twee steegbeluiken; pas bebouwd na de Tweede Wereldoorlog.
Tweede Wereldoorlog: opnieuw Duitse bezetting van Oostende omwille van ligging aan de kust en de aanwezigheid van de haven. Net zoals vóór de ontmanteling worden dijk en strand opnieuw tot militaire zone uitgeroepen en vanaf 1942 van de stadskern afgesneden door een 1700 m lange, 3 m hoge en 1 m dikke muur, als onderdeel van de z.g. "
Van Raversijde tot het centrum van Oostende zone tussen strand en Nieuwpoortsesteenweg in beslag genomen door verdedigingswerken (bunkers, overdekte loopgrachten,...) met integratie van de overgebleven versterkingen uit de Eerste Wereldoorlog. Tevens afbraak van het Kursaal voor de bouw van een Duitse bunker en dichtmetselen van de begane grond van de dijkhuizen. Afbraak van het Kursaal voor de bouw van een Duitse bunker. De haven wordt omgebouwd als z.g. "
De stad Oostende kent zeer zware oorlogsschade. Zowat 1500 privé- en openbare gebouwen (of 1/6 van het totale stadspatrimonium) worden vernietigd. Openbare gebouwen, o.m. stadhuis, stadsbibliotheek en -archief, Hoge Wacht, postgebouw; toeristische uitrusting: Kursaal, badinstallaties, Wellingtonrenbaan, Velodroom, gebouwen op de zeedijk, zeestation; handels- en nijverheidsinfrastructuur o.m. vismijn, vuurtoren, vleeshal (waarna aanleg van Mijnplein in huidige vorm).
In de tweede helft van de 20ste eeuw ondergaat de stad Oostende een ware metamorfose, o.m. door de wederopbouw, de grootschalige urbanisatieplannen en de democratisering van het toerisme, die na de Tweede Wereldoorlog niet meer te stuiten is.
De weeropbouw begint voor de haven met het uitzuiveren van de havengeul en -dokken, herstellen van sluizen en kaaimuren en heropbouw van de vuurtoren en de Stedelijke Vismijn (1949-1951). Na opheffing van het militair embargo vanaf begin 1945 opnieuw in werking stellen van de ferry London-Istanbul. Tevens wederopbouw van o.m. badinstallaties (1945-1946), Wellingtonrenbaan (1947-1953), Velodroom en Thermaal Instituut (1947), Koninklijke Gaanderijen en tuinen (1951). In dit kader tevens uitschrijven van architectuurwedstrijd in 1946 voor bouw van nieuw *
In 1945 grootschalig urbanisatieplan van J. Eggericx in samenwerking met stadsingenieur A. De Vos in het kader van de aansluiting van de autosnelweg A 10 op de stad, wat resulteert in de aanleg van een ringweg rond de binnenstad; gerealiseerd ca. 1955-1958. Hierdoor ontstaat een belangrijke as van de naoorlogse wegeninfrastructuur en naar het geografisch stadscentrum. Als basis aanleg van het Vuurkruisenplein van waaruit de Verenigde Natieslaan, de Leopold II-laan en de Leopold III-laan vertrekken, resp. als eindpunt en verlengstukken van de autosnelweg A 10 Oostende-Brussel, afgewerkt in 1958. Zuidwaarts doortrekken van de Leopold II-laan als noordzuid-as ten westen van de binnenstad; hierdoor wordt de Hendrik Serruyslaan afgesneden van het Leopoldpark; de resterende strook wordt later ingericht als z.g. "Zeeparking" (jaren 1980). Tevens doortrekken van de Elisabethlaan naar rond verkeersknooppunt President Kennedyplein ten zuiden van het Maria- Hendrikapark.
Aan dit nieuwe stedelijke centrum locatie van het nieuwe
De spreiding van het toerisme over het hele jaar (winterseizoen) verplicht de stad, net als andere kuststeden, voor bijkomende ontspanningsmogelijkheden te zorgen. In dat kader bouw van o.m.
In 1953 teistert een zware overstroming de Oostendse binnenstad; diverse gebouwen worden zwaar getroffen o.m. het pas gebouwde postgebouw.
In 1955 bouw van de z.g. *
In de jaren 1950 nog enkele residentiële verkavelingen, o.m. nabij het Maria-Hendrikapark (Jan Declerckstraat) en het terrein tussen de Groendreef en de Koninginnelaan; aanleg van het Vogelzangpark en de villawijk na het effenen van de z.g. "Soldatenberg" en de afbraak van de Albertbrug.
Met de drie bouwmaatschappijen "
In het derde kwart van de 20ste eeuw kiest men vnl. voor hoogbouw en mobiliteit bij het verder uitbouwen van de toeristische badplaats. 1965: sloop van het theater in de Van Iseghemlaan, waarna optrekken van z.g. "
In het laatste kwart van de 20ste eeuw modernisatie en renovatie van de haven, o.m. omvorming tot "
De binnenstad wordt ingrijpend aangepast in het kader van de stadskernvernieuwing: het stratenpatroon blijft ongewijzigd, maar o.m. aanleg van verkeersvrije winkelstraten en pleinen in de oude stadskern. In jaren 1980 afbakening van herwaarderingsgebieden gekoppeld aan sociale woningbouw door Oostendse bouwmaatschappijen "De Gelukkige Haard" en "Eigen Haard". O.m.
Vanaf de jaren 1990 specifieke stedelijke problematiek cf. verlies van belangrijke transportfuncties, met name opheffing van de ferryverbinding met Dover in 1990, nu z.g. "Ostende-Lines" (Ramsgate), en doortrekken van autoweg naar Veurne. Bijkomende factoren zijn de enorme -buitenlandse- concurrentie voor het toerisme, het moeizaam handhaven van de economische sectoren als visserij en industrie en de verouderende en verarmende bevolking. Leegstand en blijvende vernieuwbouw dwingen tot geleidelijke verandering van visie betreffende de aantrekkingspunten van de badstad. In 1998-2000 heraanleg van de Albert I-promenade en de Zeedijk met o.m. ondergrondse parkeergarages en nieuwe badinstallaties; tevens heraanleg van o.m. Visserskaai en -plein, Sint-Petrus- en -Paulusplein en stationsplein. Start van realisatie van de verbinding z.g. "
De
Westelijke stadsuitleg omschreven door gr.m. driehoekige grote ring; versneden door verschillende assen waarrond, aansluitend met de binnenstad, aanleg van straten in dambordpatroon, vaak evenwijdig met de Torhoutsesteenweg of de Elisabethlaan. Belangrijke assen zijn de oude polderwegen (uit het tweede kwart van de 18de eeuw) met name de Leffinge- (west-oost) en de Stuiverstraat (noord-zuid) met als kruispunt het Sint-Catharinaplein; ook de invalswegen Torhoutsesteenweg (uit derde kwart van de 18de eeuw) (zuid-west / noord-oost) en Nieuwpoortsesteenweg (eerste kwart van de 19de eeuw) (west-oost) met als kruispunt z.g. "
Weinig behouden architectuur uit de 18de eeuw, vaak in kern doch sterk verbouwd. Twee traditionele bakstenen trapgevels aan Kapucijnenstraat en Christinastraat. Achtzijdige bovenbouw en portaal in classicerende barokstijl van de Sint-Pieterstoren. Rococo-deuromlijsting van voormalige herberg z.g. *"
Rijk vertegenwoordigd patrimonium uit de tweede helft van de 19de eeuw - eerste kwart 20ste eeuw, veelal met neoclassicistische stijlkenmerken. Type herenhuizen in de binnenstad (Langestraat, Vlaanderenstraat) en in eerste westelijke uitbreiding, vnl. in de omgeving van het Leopoldpark (Leon Spiliaertstraat). Ook dijkhuizen. Doorsnee burger- en winkelhuizen van twee tot drie bouwlagen met eenvoudige lijstgevels; vaak typerende hoekpanden met afgeschuinde hoektravee. Diverse neostijlen voor religieuze architectuur: neogotische *Sint-Petrus en Pauluskerk, Sint-Jozefkerk en Anglicaanse kerk; neoromaanse Heilig Hartkerk en *synagoge; voormalige Sint-Jan Baptistkerk in neo-Vlaamse-renaissancestijl.
Veel bewaard eclectisch patrimonium uit de z.g. belle-epoqueperiode (jaren 1890 tot aan de Eerste Wereldoorlog). Rijker uitgewerkt op zeedijk en zijstraten als z.g. dijkhuizen; ook typisch voor westelijke stadsuitbreiding met homogene gevelwanden in enkele straten (Muscarstraat, Frans Musin-, Velodroom- en Peter Benoitstraat). Villa's of burgerhuizen van twee à drie bouwlagen en ongelijke travee-indeling onder zadel- of mansardedak; met souterrain en bel-etage, brede oplopende venstertravee al dan niet met erker of loggia, vaak met dienstingang; soms versierd met tegeltableaus. Afleesbare gevelopbouw, cf. keuken (souterrain), enfilade van salons, bovenverdieping met slaapkamers en meidenkamers.
Zeldzame zuivere art nouveau-architectuur; bewaarde eenheidsbebouwing met art-nouveau-inslag in o.m. de Adolf Buylstraat/ Sint-Sebastiaanstraat. In deze periode zijn enkele belangrijke Oostendse architecten werkzaam, o.m. C. Pil en A. Daniels en tevens de Luikse architect A. Dujardin.
Tijdens het interbellum enerzijds doorleven van stijlen van vóór de Eerste Wereldoorlog (eclecticisme en neostijlen); anderzijds opkomst van nieuwe strekkingen, zowel in de wederopbouw als in de nieuwbouw. Art deco vnl. bewaard in nieuwe gevelparementen. Tevens nieuwe zakelijkheid en meer vooruitstrevende stijl aansluitend bij de internationale 'moderne' stijl, cf. o.m. "
Wederopbouwarchitectuur na de Tweede Wereldoorlog vaak historiserend of met late art-deco-inslag. Vele gebouwen hebben modernistische impuls, cf. representatieve (functionele) bouwwerken (voormalig postgebouw, stadhuis); hiervoor vnl. buitenstedelijke gekende architecten werkzaam te Oostende, een bewuste keuze van toenmalig burgemeester Van Glabbeke.
Vanaf de jaren 1940-1950 schaalvergroting, cf. bouw van handels- en appartementencomplexen van acht tot elf bouwlagen. (Albert I-promenade, Zeedijk); nog opgetrokken als 'residenties' met elitaire vormgeving cf. vaak representatieve (natuurstenen) onderbouw; typerende hoekcomplexen met afgeronde erkers. Vanaf de jaren 1960 vervlakking in vormgeving en materiaalgebruik. Opkomst van villaverkavelingen als 'exclusieve' bebouwing o.m. ten noordwesten van het President Kennedyplein en ten zuiden van de Elisabethlaan.
DEBAERE O.,
DESCHACHT D.,
DE VENT G.,
DEVRIENDT L.,
FARASYN D.,
LOMBAERDE P.,
RABAU W.,
VANNESTE O.; THEYS J.; ZWAENEPOEL M.,
VANSTEENKISTE H.,
Bron: Callaert G., Delepiere A.-M., Hooft E., Kerrinckx H. & Vanneste P. met medewerking van Santy P. & Snauwaert L. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Oostende, Deel IA: Stad Oostende, Straten A-M, Deel IB: Stad Oostende, Straten N-Z en wijken Haven, Hazegras, Opex, Deel II: Deelgemeenten Mariakerke, Raversijde, Stene en Zandvoorde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL6, (onuitgegeven werkdocumenten).