De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed: Rechtsgevolgen
De vastgestelde inventaris van het Bouwkundig Erfgoed
Echtheidscertificaat
Sonja Vanblaere, administrateur-generaal van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed, handelend namens de Vlaamse Overheid, verklaart dat de onderstaande inventaris van het bouwkundig erfgoed onder de vorm van een systematische oplijsting per gemeente exact overeenstemt met de in artikel 2 van het besluit van 14 september 2009 houdende vaststelling van de inventaris van het bouwkundig erfgoed bedoelde inventaris.
Juridisch kader
Decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten, art. 12/1.
De Vlaamse Regering stelt een inventaris van het bouwkundig erfgoed vast onder de vorm van een systematische oplijsting per gemeente, waarbij per opgenomen constructie of gezicht een beknopte wetenschappelijke beschrijving wordt gevoegd.
De inventaris wordt beschikbaar gesteld in boekvorm of in een beveiligd gedigitaliseerd bestand.
Leeswijzer vastgestelde inventaris
Bij de vaststelling van de inventaris van het bouwkundig erfgoed worden van elk object het type, het uniek identificatienummer, een korte beschrijving, het adres en de Lambertcoördinaten opgenomen.
De vastgestelde lijst is geordend per gemeente.
De combinatie van het relicttype (R = relict, G = bouwkundig geheel) met het identificatienummer maken het mogelijk om in de databank op de wetenschappelijke inventaris van het bouwkundig erfgoed alle beschikbare informatie over het bouwkundig erfgoedobject, zoals wetenschappelijke beschrijving en foto’s, te consulteren.
De korte beschrijving geeft een beperkte indicatie van het bouwkundig erfgoedobject.
De adresgegevens laten toe het bouwkundig erfgoedobject te lokaliseren.
De Lambertcoördinaten maken het mogelijk om het bouwkundig erfgoedobject cartografisch te lokaliseren en biedt enig inzicht in de locatie van bouwkundige erfgoedobjecten zonder adres of huisnummer.
Rechtsgevolgen in Vlaamse decreet- en regelgeving
De vaststelling van de inventaris van het bouwkundig erfgoed van 14 september 2009 zorgt ervoor dat er voor het eerst een éénduidige en overzichtelijke lijst van het gebouwd patrimonium in Vlaanderen bepaald is.
Opname in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed betekent voor elk van de erfgoedobjecten dat zij een vorm van vrijwaring voor de toekomst genieten. Deze vrijwaring verschilt echter sterk van een bescherming als monument. Voor beschermde monumenten gelden immers alle juridische bepalingen uit het monumentendecreet.
Door de vaststelling van de inventaris van het bouwkundig erfgoed van 14 september 2009 treden een aantal andere wettelijke bepalingen in de Vlaamse decreet- en regelgeving in werking. Er gelden binnen het onroerend erfgoedbeleid, stedenbouwkundig, woon- en energieprestatiebeleid een aantal uitzonderingsmaatregelen ten gunste van gebouwen uit de vastgestelde inventaris, met als doel die zoveel mogelijk te vrijwaren.
Decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten, art. 12/2.
Dit decreet bepaalt dat een stedenbouwkundige vergunning voor het slopen van als bouwkundig erfgoed geïnventariseerde constructies slechts kan worden afgeleverd na een algemene onroerenderfgoedtoets. Dit geldt enkel voor constructies uit de vastgestelde inventaris die niet zijn opgenomen in de lijst van het beschermd erfgoed. Voor beschermd erfgoed gelden andere regels.
Besluit van de Vlaamse regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen en van de werken, handelingen en wijzigingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is, art. 3, 5°a) en art. 3, 8°, b).
Dit besluit bepaalt dat er altijd een stedenbouwkundige vergunning nodig is voor:De erfgoedwaarde van deze panden moet worden afgewogen in de motivatie voor het al dan niet toekennen van deze vergunning.
- het plaatsen van fotovoltaïsche zonnepanelen en/of zonneboilers op een plat dak en fotovoltaïsche zonnepanelen en/of zonneboilers geïntegreerd in het hellende dakvlak op gebouwen opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed; en
- de afbraak van gebouwen of constructies die opgenomen zijn in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed.
Besluit van de Vlaamse regering van 28 november 2003 tot vaststelling van de lijst van toelaatbare zonevreemde functiewijzigingen, art. 10.
Dit besluit regelt de toelaatbare functiewijzigingen voor gebouwen gelegen buiten de geëigende bestemmingszone. De regeling speelt op een positieve wijze in op de problematiek van de zonevreemdheid door functiewijzigingen vlotter mogelijk te maken voor zonevreemde gebouwen die ondermeer voorkomen in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed.
Decreet van 22 december 2006 houdende eisen en handhavingsmaatregelen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat van gebouwen en tot invoering van een energieprestatiecertificaat en tot wijziging van artikel 22 van het REG-decreet, art. 7, 1°.
Er worden in dit decreet vrijstellingen of afwijkingen op de EPB-eisen voorzien voor gebouwen opgenomen in een vastgestelde inventaris.
Besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 houdende de financiering van de sociale huisvestingsmaatschappijen voor de realisatie van sociale huurwoning en de daaraan verbonden werkingskosten, art. 7.
Dit besluit betekent dat de ‘80%-regel’ niet geldt voor gebouwen die opgenomen zijn in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed. De ‘80% regel’ houdt in dat een renovatie van een gebouw maximum 80% mag kosten van de prijs voor een nieuwbouw van dezelfde omvang. Als de kostprijs hoger ligt dan die 80%, wordt er normaal overgegaan tot sloping en nieuwbouw.
Rechtsgevolgen in andere wet-, decreet- en regelgeving
De opname van een pand of een constructie in de vastgestelde inventaris van het Bouwkundig Erfgoed heeft op het Vlaamse beleidsniveau enkel bovenstaande juridische gevolgen. Het staat andere overheden of administraties echter vrij om hun adviezen te baseren op de informatie die beschikbaar is via de inventaris. Vanuit andere beleidsvelden of overheden kan men zich op de inventaris baseren om het bouwkundig erfgoed via een aantal specifieke maatregelen te waarderen.
Voorbeeld: De stad Brugge baseert zich met de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening op het bouwen, verkavelen en op de beplantingen van 15 juni 2006 (B.S.5 juli 2006) op de inventaris om het bouwkundig erfgoed binnen de gemeentegrenzen zo goed mogelijk te behouden. In artikel 6, punt 3 wordt opgelijst welke vergunningen nodig zijn voor panden opgenomen in de inventaris.
Rechtsmiddelen tegen opname in de vastgestelde inventaris
De burger kan op twee verschillende manieren reageren tegen een beslissing van de overheid, i.c. de vaststelling van de inventaris van het bouwkundig erfgoed:
- een administratief beroep indienen bij een orgaan van het actief bestuur dat ertoe strekt een beslissing van dat orgaan zelf, i.c. het VIOE of de bevoegde minister, of dat van een hiërarchisch ondergeschikt orgaan, te doen intrekken, wijzigen of indien beroep gericht tegen het nalaten te beslissen alsnog een beslissing te verkrijgen.
- een jurisdictioneel beroep wordt ingediend en beslecht door een rechtbank.
Een belangrijk verschil tussen een administratief en een jurisdictioneel beroep is dat in het kader van het eerste naast de wettigheid tevens de opportuniteit van een beslissing in vraag kan worden gesteld.
Juridisch gezien is er geen administratief beroep voorzien tegen de opname van bouwkundig erfgoed in de inventaris. De mogelijkheid om een willig of oneigenlijk beroep in te dienen bestaat altijd, zelfs wanneer geen enkele normatieve bepaling daarin voorziet. Het kan als een algemeen rechtsbeginsel worden beschouwd.
Er is dan sprake van een niet-georganiseerd beroep wat wil zeggen dat de beroepsmogelijkheid niet op een uitdrukkelijke bepaling is gesteund en de overheid niet verplicht is het beroep te beantwoorden.




