De Inventaris van het Wereldoorlogerfgoed

Belgische militaire begraafplaats (Steenbrugge - WOI-WOII) (ID: 1481)

Foto niet beschikbaar
Alle foto's

Details

Beschrijving

Beschrijving Locatie

De Belgische militaire begraafplaats van Steenbrugge is een onderdeel van de stedelijke begraafplaats van Brugge te Assebroek (Steenbrugge). Het militaire perk is gelegen in de NO-hoek van de begraafplaats, ten O van de hoofdtoegang, tussen de Kleine Kerkhofstraat en het perk 66 van de stedelijke begraafplaats. Op de rest van de stedelijke begraafplaats uiteraard nog veel Belgische burgerlijke graven, maar ook nog graven van Belgische gerepatrieerde militaire doden, een Britse militaire begraafplaats van WOII, een gedenkteken voor Brugse oudstrijders, graven van oudstrijders, het graf van de eerste Victoria Cross-drager, een restant van de Duitse militaire begraafplaats, een lapidarium, het 19de eeuwse Britse (burgerlijke) perk, de graven van de kloosterorden, een columbarium, enkele informatieborden en een permanente tentoonstelling over deze begraafplaats.

Beschrijving Relict

De Belgische militaire begraafplaats van Steenbrugge heeft een langgerekte trapeziumvormige plattegrond, versmallend naar achter van ongeveer 50 naar 30m. Het terrein beslaat een oppervlakte van 50 are en is een vlak grasveld. Een groenscherm omgeeft het perk langs 3 kanten. De lange zijde die uitgeeft op de rest van de stedelijke begraafplaats heeft geen afsluiting. Binnen op de begraafplaats staat rechts vooraan het bruine houten schuilgebouwtje met daarin het registerkastje (met bezoekersboek en register) en de plattegrond. De begraafplaats wordt gekenmerkt door 2 grote, min op meer symmetrisch aangelegde perken, met daartussen een open zone met de vlaggenstok met daaraan de Belgische vlag. De grafstenen zijn de officiële Belgische grafstenen. Ze staan in rijen opgesteld, ongeveer van N naar Z. Soms staan ze per 2, rug aan rug, af en toe is er sprake van een enkele rij. De rijen zijn niet even lang (links door de straat, rechts onregelmatig). Af en toe ontbreekt er een grafsteen in de rij. Er is 1 Britse grafsteen. Er zijn 611 individuele grafstenen. Daarvan zijn er 523 uit WOI: 507 geïdentificeerde Belgische doden, 1 geïdentificeerde Brit en 15 ongeïdentificeerde Belgen. Uit WOII zijn er 86 geïdentificeerde en 2 ongeïdentificeerde Belgen.

Historische Achtergrond

De 'begraafplaats Steenbrugge' dateert van het einde van de 18de eeuw, toen er niet langer in of rond de kerken begraven mocht worden en de steden verplicht werden een begraafplaats buiten de stadsmuren aan te leggen. De begraafplaats strekte zich toen uit aan weerszijden van een centrale dreef vanaf het poortgebouw tot aan het grote calvariekruis. De hoogste sociale klassen lagen het dichtst bij de calvarie en de centrale dreef. De begraafplaats werd in verschillende fasen uitgebreid, met o.m. percelen voor de doden van de religieuze orden, een deel met niet-gewijde grond, een plaats voor de doden van de Anglicaanse 'Engelse kolonie' en één voor de overleden Brugse bisschoppen. Talrijke personaliteiten die een belangrijke rol speelden in de Brugse geschiedenis, liggen hier begraven. Waarschijnlijk vanaf september 1914 werden militaire doden uit ambulances en hospitalen, die bezweken waren aan verwondingen of ziekte, begraven op de stedelijke begraafplaats van Brugge. Op 28 augustus gaf de stad zich over. Brugge zou 4 jaar bezet gebied zijn. Toen de stad bezet werd door de Duitsers, vanaf 14 oktober, werden hier meer dan 800 Duitse militaire doden bijgezet. Deze begraafplaats kreeg ook een monoliet als monument, dat onthuld werd op 21 november 1915. Onmiddellijk na de intocht van de Belgen in Brugge op 19 oktober 1918, werd de begraafplaats in oktober en november 1918 nog verder aangevuld, aangezien er in Brugge nog Belgische medische installaties operatief waren (militaire hospitalen en een hospitaal van het Rode Kruis, o.m. vanwege de epidemie van Spaanse griep). Na de wapenstilstand vonden er herbegravingen en overbrengingen plaats. In 1919 werd een afzonderlijke plaats aangelegd op de begraafplaats Steenbrugge voor de oorlogsdoden. In 1924 dan was er een hergroepering en werden de officiële Belgische militaire grafstenen geplaatst. De officiële Belgische grafsteen werd in 1920 ontworpen door de Brusselse architect Simons, in opdracht van het Ministerie van Landsverdediging. Het duurde tot 1924 eer de grafsteen officieel werd voorgesteld. Vóór zijn overbrenging naar de crypte van de Ijzertoren (21 augustus 1932), lag hier het Ijzersymbool Frans van der Linden. Hij was geboren in Antwerpen in 1894, had gestudeerd en was tijdens zijn studies medewerker, lid of medestichter van verschillende, Vlaamsgezinde, verenigingen. Bij het uitbreken van de oorlog meldde hij zich als vrijwilliger en werd in 1915 als korporaal bij het 3de regiment karabiniers (6de legerdivisie) naar het Ijzerfront gestuurd. Hij richtte een Vlaamse studiekring op en werd binnen zijn regiment verantwoordelijke voor de Frontbeweging. Zijn leuze 'Omver en erover' werd ook die van de Frontbeweging. Begin 1918 werd hij door de militaire veiligheidsdienst aangehouden, maar vrijgesproken. Tegen het einde van de oorlog kreeg hij de Spaanse griep en werd hij in Sint-Michiels gehospitaliseerd. Op 3 november 1918 stierf hij. Hij werd begraven in Steenbrugge. Verder liggen hier ook nog enkele burgers die gedood werden bij bombardementen op de stad en enkele verzetslieden. Oorspronkelijk was hier ook nog een Frans perk en lagen er ook Britten. Tijdens WOII werd het militaire ereperk nog verder uitgebreid met Belgische doden. De meesten (66) zijn gestorven in 1940. Midden jaren '50 werden ook hier de Duitse doden ontgraven, en de geïdentificeerden werden overgebracht naar de Duitse militaire begraafplaats van Vladslo. De monoliet bleef hier, maar werd verplaatst. Vandaag liggen hier 611 militaire doden individueel begraven. Daarvan zijn er 523 van WOI: 507 geïdentificeerde Belgen, 1 geïdentificeerde Brit (uit 1919) en 15 ongeïdentificeerde Belgen. Voor wat betreft de Belgen uit WOI zijn er 442 uit 1918 en 50 van later. Daarna zijn er het meeste doden van 1914. Slechts 2 zijn er uit 1915, 2 uit 1916 en geen uit 1917. De doden liggen echter niet gegroepeerd volgens jaartal, wat op herbegravingen en/of hergroeperingen wijst. De officieren maken 3% uit van de Belgische geïdentificeerde doden uit WOI. Er ligt 1 luitenant-kolonel, 1 majoor, 3 kapiteins, 5 luitenanten, 4 onderluitenanten en 1 juridische raadgever. Er zijn 2 adjudanten (kandidaat-officieren). De officieren sneuvelden, o.m. in Oost-Vlaanderen, of stierven in de hospitalen van Brugge. Ze bezweken er aan hun verwondingen, een ziekte of een ongeval. Ook van de doden onder de officieren dateren de meeste van 1918. Qua wapen- of dienstkorps is vooral de infanterie sterk vertegenwoordigd, daarna de artillerie, het vervoerkorps, de cavalerie en de genie. Er zijn hier enkele opmerkelijke betrekkingen: autopark, dienst begraafplaatsen, opleidinscentra, telegrafisten, ... Als gevolg van de wet van 1971 waarmee de altijddurende grafconcessies werden afgeschaft, is hier sedert 1978 de Brugse Stedelijke Commissie voor Graftekens actief die zich bezig houdt met het behoud en de studie van de grafmonumenten. Vandaar ook het ontstaan van een lapidarium met de waardevolle stukken en een kleine tentoonstelling over het funeraire erfgoed op de begraafplaats. Ondertussen werd ook een columbarium gebouwd en een strooiweide aangelegd.

Bronnen

Relaties