|
Alle foto's |
| Alternatieve naam | |
|---|---|
| Oorlog | WOI/WOII |
| Locatie | Moeresteenweg Adinkerke(De Panne) West-Vlaanderen |
| Toponiem | |
| Type | Schuilplaatsen/bunkers/depots: onbepaald |
| Linie | |
| Bescherming |
OW002968 |
| Datum inventarisatie | woensdag 6 oktober 2004 |
| Status | (deels)Bewaard |
Halfondergrondse constructie in het oostelijk deel van het natuurdomein Cabour, niet ver van de Woestijnstraat. Het domein Cabour is te bereiken via de Moeresteenweg nr. 139. Het is een natuurdomein, bestaande uit duinen en bebouwing, ten ZW van het dorp Adinkerke. In het domein zijn nog meerdere constructies uit WOI en WOII terug te vinden.
Gebogen constructie, deels uit baksteen, deels uit beton opgetrokken. De constructie bevindt zich onder een heuveltje. De toegang wordt gevormd door een halfondergrondse, rechthoekige deuropening met (moderne?) houten deur. Naast de ingang bevinden zich restanten van golfplaat met brede golving (zgn. olifantenplaten). Binnenin is het betonnen plafond gewelfd. De muren zijn opgetrokken uit baksteen. Boven de constructie is een rechthoekige bakstenen schacht van ca. 2m te zien, die gecementeerd werd. Ernaast ligt een dekplaat.
Naar verluidt zou deze constructie tijdens WOI opgericht zijn door geallieerde troepen. Tijdens WOII zouden Duitsers de constructie aangepast/omgebouwd hebben tot een schuilplaats voor een batterij. Het domein 'Cabour' (of 'Cabourg') is een duinengebied, genoemd naar de Rijselse industrieel Cabourg die het gebied begin 20ste eeuw van de Staat afkocht en er een landhuis bouwde. De oprichting van het chirurgisch hospitaal binnen het domein, in april 1915, werd bevolen door “l'Inspecteur Général du Service de Santé” van het Belgisch Leger, dr. Mélis, in reactie tegen de oprichting van het Rode Kruishospitaal L'Océan in De Panne. Het hoofd van het hospitaal, de evenknie van dr. Depage, werd dr. Paul Derache (° Anderlecht, 1873). Deze jonge dokter had zich onderscheiden aan de 'Université Libre de Bruxelles'. Vanaf 1892 nam hij dienst bij het leger. Vanaf oktober 1914 was hij directeur van het militair hospitaal in Duinkerke geweest. Het bleek een goede keuze te zijn: Derache bleek een goede chirurg én een efficiënt leider te zijn. Op 28 dagen werd het Cabourhospitaal opgebouwd, met de steun van het 'Antwerp British Hospital Fund' en van graaf de Mérode. Er werden demonteerbare paviljoenen gebouwd. Elk paviljoen had 24 bedden. In iedere hoek was een apart kamertje voor de geïsoleerde patiënten, linnenkamer en badkamer. Ze waren goed verlicht en stonden op een verhoog. In Cabour werden 19 dergelijke paviljoenen opgetrokken voor de gewonden en 3 voor het personeel. Er was een capaciteit van een 500-tal bedden. Het enige stenen gebouw werd gebruikt als operatiezaal. Op 26 april 1915 ging het hospitaal open. Het front werd 'verdeeld' over 3 hospitalen, Cabour, l'Océan en Hoogstade. Dr. Derache liet in de zomer van 1916 ook chirurgische voorposten optrekken, o.m. aan de Grognie (Oudekapelle). Dat was een jaar actief. Derache promoveerde in november 1915 tot regimentsdokter 1ère classe. Het chirurgische hospitaal te Cabour was actief tussen 25 april 1915 en 12 maart 1917. Gemiddeld zouden er 5 operaties per dag zijn uitgevoerd. Er werden 2811 (2652?) militairen geopereerd van oorlogswonden (en nog een 500-tal anderen) en daarvan overleden er naar verluidt 227 (sterftepercentage 6, 8 %). Men gaf tevens maandelijks een wetenschappelijk tijdschrift uit, op 1 januari 1917 verscheen het eerste nummer van 'Archives médicales belges'. Op 12 maart 1917 verhuisde dr. Derache met zijn chirurgische afdeling naar Beveren-aan-de-Ijzer (Kruisstraat). In Cabour bleef een algemeen hospitaal voor zieken gevestigd, o.l.v. dr. Pierre Nolf. Deze medische post bleef nog actief tot 17 februari 1920. Naar verluidt kregen 8246 mensen hier een medische behandeling, o.m. slachtoffers van gasaanvallen (vanaf augustus 1917 mosterdgas of 'yperiet') en patiënten van de 'Spaanse griep' (een wereldwijde griepepidemie in 1918). In 1924 werd het terrein aangekocht door de I.W.V.A. (Intercommunale Waterleidingsmaatschappij van Veurne-Ambacht). Van het landhuis en het hospitaal zijn geen restanten meer. Er zijn wel nog restanten van een stuk weg die tijdens WOI werd aangelegd (en uitgebreid tijdens WOII), waarlangs de barakken van het hospitaal stonden opgesteld. Het Belgische leger liet vanaf het domein draineerleidingen aanleggen voor waterwinning, van waaruit de kantonnementen en installaties in Adinkerke, De Panne en Alveringem van zuiver drinkwater voorzien konden worden. Een waterput, die vermoedelijk reeds voor de oorlog bestond, werd door Britse troepen gebruikt om hun paarden te laten drinken. Er zijn een aantal halfondergrondse schuilplaatsen uit baksteen en beton, die vermoedelijk uit WOI stammen en in WOII werden uitgebreid. Verder is er nog een museum over waterwinning in de Westhoek, waar enkele zaken i.v.m. WOI zijn opgenomen.